Concentratie houden met digitaal improviseren

Een paar weken terug had ik een digitale borrel op Zoom van mijn nieuwe opdrachtgever. Terwijl langzaam alle 65 collega-acteurs binnen stroomden (ik per ongeluk onder de naam ‘renkie penkie’, die blijkbaar feilloos door Zoom werd overgenomen van mijn google-spam-account..) begon het steeds drukker te worden. Eerst was er een quiz, daarna een illusionist en als afsluiter een foute bingoshow. Een superleuk en origineel alternatief voor de jaarlijkse borrel op locatie. Wat het alleen lastig maakte is dat 2,5 uur in echte tijd iets anders is dan in de wereld van Zoom. En dat het bij zoveel mensen in een room best moeilijk is om focus te houden. Vooral als niet iedereen weet hoe het werkt.

Snel afgeleid

Ikzelf ben een van de gelukkigen die nog parttime werk in fysieke vorm heeft. In de dagen dat ik vrij ben werk ik weliswaar enkele uren op de computer, maar niet overdreven veel. Ik woon alleen, dus ik heb geen last van aandacht-vragende kinderen en kan overdag goed doorwerken. Je zou dus zeggen dat ik ’s avonds prima mijn volledige aandacht bij een digitale improsessie zou moeten kunnen houden. Maar toch willen mijn hersenen na circa 1,5 uur wel weer nieuwe input te verwerken hebben. Dan glippen die oogjes af en toe onopvallend op een ander klein beeldschermpje in de buurt (wat je ook nog stiekem kunt doen want niemand die het echt ziet). Vooral als mijn beeld van de webcam uitstaat is de verleiding groot. Daarnaast zit je als een soort ijdele stiefmoeder de hele tijd jezelf te begluren in beeld, waardoor je steeds maar half aandacht voor alles hebt.

De laatste tijd merk ik dat ik sowieso minder behoefte heb om online te improviseren, terwijl ik er eerst zo ontzettend enthousiast mee bezig was. In plaats van dat improviseren me energie geeft, kost het me nu vooral energie. Na een digitale sessie ben ik vaak gesloopt en meestal lig ik meteen daarna in bed. Waarna ik natuurlijk weer niet kan slapen en met vierkante ogen naar mijn plafond zit te staren. Hoe komt dat toch?

Een slechte virtual reality

Wanneer je thuis werkt zit je natuurlijk al de hele dag naar een klein venstertje te turen. Je probeert je werk goed te doen terwijl er in je eigen omgeving ook van alles gebeurt. Je moet constant schakelen tussen je eigen werkelijkheid die veel meer aanwezig is en deze ‘slechte virtual reality’.

Zo stond in een artikel van National Geographic dat we in het fysieke contact gewend zijn om tijdens het praten ook de lichaamstaal van de ander te lezen. Dit doen we onbewust en op de automatische piloot. Via het digitale platform is dat vrijwel niet mogelijk. Je kunt je weliswaar focussen op één gezicht, maar daardoor heb je geen focus op de rest. Alles vanaf het hoofd en daaronder, waarmee je je lichaamstaal uitzendt kun je niet zien. Evenals afstand tot elkaar en de sfeer onderling. Vooral in groepsgesprekken kunnen je hersenen die informatie niet verwerken zoals die het in het echt zouden doen. Daardoor heb je veel meer te verwerken, moet je de hele tijd multitasken en dat kost energie.

Maar ja, we kunnen nu eenmaal voorlopig nog niet in fysieke vorm bij elkaar komen. Dus dit is de enige manier om impro levend te houden. Buiten dat heb ik zelf ook ontdekt wat voor tofs je juíst via deze digitale weg kunt neerzetten. Hoe kan ik mezelf weer enthousiasmeren en hoe kan ik die aandacht nu wél volledig bij het improviseren houden?

Actief meedoen en afwisseling

Allereerst lijkt 1,5 uur voor de meesten een prima tijdsbestek om aan te houden voor het digitaal improviseren. Wat bij mij goed werkt is om te gaan staan tijdens het spelen. Dan ben je veel actiever en meer gefocust in het spel dan wanneer je op een stoel zit. Bij een echte voorstelling is het ook fijner om af en toe te gaan staan en staan de spelers vaak aan de zijkant om zo te kijken naar wat de scene nodig heeft.

Wat ik merk is dat ik geneigd ben andere dingen te doen juíst wanneer ik geen actieve rol heb. Daarom denk ik dat het helpt om de spelers die niet meespelen een opdracht te geven tijdens de scene. Je kunt de hoofdspeler een verhaal laten vertellen en de andere spelers woorden als input laten geven in de chat, zodat die in het verhaal verwerkt moeten worden. Vermijd al te lange scenes en wissel het af met kortere scenes of een oefening. Zo deden wij bij de digtale vorm van De vloer op ook een aantal korte scenes achter elkaar van een paar minuten, zodat alle spelers even aan bod kwamen en om elkaar scherp te houden.

Heb begrip voor elkaar

Ook vind ik het prettig om om de zoveel tijd even gezamenlijk iets fysieks te doen. Zo werken energizers en de ‘Wie het eerst een … heeft gepakt’ altijd goed. Of las een pauze in, dan kan iedereen even de benen strekken en iets te drinken pakken. De constante zelfbeeld-check is gelukkig ook makkelijk te verhelpen door je eigen beeld uit te zetten of uit beeld te slepen. Uiteraard is het handig om een rustig plekje op te zoeken in huis waar je niet teveel gestoord wordt en waardoor je anderen niet stoort met achtergrondgeluiden. En misschien wel de belangrijkste van allemaal: heb begrip voor elkaar. Niet iedereen kan zijn aandacht er even lang bij houden. Het is oké om dat aan te geven en er even tussenuit te knijpen als je het niet meer trekt.

Het nieuwe normaal

Ik moet nog steeds wennen aan deze nieuwe manier van improviseren en ben nog altijd zoekende naar wat wel en niet werkt. Maar ik ben blij dat deze mogelijkheid er is. Dat er docenten zijn die op deze manier nog les kunnen geven. Het is tof om te zien dat creativiteit niet wordt begrenst door deze fysieke en mentale uitdaging. Daarom zeg ik: hou nog even vol en geniet ervan dat het nog kan. Maar doe het vooral naar eigen behoefte en (drink) met mate 🙂

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *